Selecteer een pagina

Stemoefeningen Ademcontrole

Ervaar je hoge, lage en midden ademcontrole in 3 stemoefeningen

Er zijn 3 typen van ademcontrole: een hoge ademcontrole, een lage ademcontrole en een midden of flank ademcontrole. Er is altijd een samenwerking tussen de hoge, midden en lage ademcontrole. Ademcontrole is altijd een combinatie van borstbeen, tussenribspieren en buikspieren. Bij elke inademing gaat het middenrif altijd naar beneden en de tussenribspieren naar buiten! Een goede houding faciliteert dit proces beter. Wanneer we dan spreken over hoge, midden of lage ademcontrole dan bedoelen we de locatie waar we moeite doen om de juiste hoeveelheid luchtstroom of luchtdruk te ondersteunen bij de gewenste klankkwaliteit. Om dit te voelen, kun je de onderstaande drie stemoefeningen uitproberen.

Oefening 1

Adem flink in waarbij de hand op je borstbeen ligt en hef hierbij het borstbeen maximaal (let op: laat de schouders niet meegaan!). Blaas uit op een zachte FF. Ervaar hoeveel lucht er wegstroomt en hoe snel/langzaam het borstbeen zakt/daalt. Doe hetzelfde nog een keer en blaas snel uit op een HH waarbij er veel lucht mag wegstromen en ervaar hoe snel/ langzaam het borstbeen daalt. Doe het zelfde met een zachte middenklank op IE, een luide stevige lage klank op AA, een zachte geaspireerde hoge klank op HOEH en de luidste EH klank in het midden van je stemomvang.

  • Vrouwen: IE op toonhoogte G, AA op C, HOEH op octaaf hoger D en Eh op G.
  • Mannen: IE op toonhoogte B, AA op E, HOEH op F octaaf hoger, EH op C.

Ervaar wat je prettig vindt, hoeveel moeite je moet doen en waar het voor jou natuurlijk voelt. Bij de de geaspireerde klank zal het borstbeen sneller dalen dan bij de luidere klanken.

Oefening 2

Adem opnieuw flink in en laat nu de handen op je flanken rusten, blaas opnieuw langzaam en zacht uit op FF en controleer met je handen hoe snel/langzaam de flanken terug gaan in hun uitgangspositie. Bij de HH doe je hetzelfde maar nu met misschien een snellere beweging? Daarna herhaal je dit opnieuw met een mooie zachte midden-toon op IE, dan een luide stevige lage toon op AA, en hoge klank op HOEH en je luidste midden-toon op EH. Bij elk van deze klankkwaliteiten controleer je de mate waarin de flanken naar binnen gaan of meer naar buiten gaan (breed worden gehouden).

Oefening 3

Adem nu flink in en houdt bij het uitademen de focus op het intrekken van de laagste buikspieren, beginnend bij het schaambeen. Doe dit eerst op een zachte FF, daarna op een stemloze HH. Voel het verschil in de moeite die dit kost en of de buikspieren snel of langzaam ingetrokken worden. Vervolg hierna op een zachte klank, in een comfortabele middentoon op IE, op een stevige lage toon op AA, op een hoge toon op HOEH en op de luidste midden-toon op EH.

Opmerking bij de oefeningen