Selecteer een pagina

De juiste balans van ademstroom en ademdruk leren vinden

Artikel geschreven door: Alberto ter Doest, International Master Teacher

De optimale ademsteun

Door ademdruk en ademstroom kun je ademsteun goed leren begrijpen. Als de toon niet luid genoeg is, heb je meer ademdruk nodig. Wanneer de toon te gedrukt klinkt, juist minder. Als de toon niet helder is, dan heb je minder ademstroom nodig. Het in juiste balans afstemmen van ademdruk en ademstroom ten opzichte van je klank is wat er met optimale ademsteun bedoeld wordt. De vier stemkarakters Speech, Belting, Whisper en Classical hebben elk een andere optimale balans in ademdruk en ademstroom. Benoem bij een volgende keer wanneer je de term ademsteun gebruikt daarbij of je meer/minder ademdruk wilt of meer/minder ademstroom.

Nog één keer adem

Oefening 1

Adem een lange HH zonder toon en laat de toon opeens abrupt aanspringen op een luide A.

Je hebt ervaren dat er adem stroomde op de HH totdat de klank opeens overging in de klinker A. Zonder ademstroom kan er geen gesproken of gezongen klank ontstaan. Een toon ontstaat doordat er lucht langs de stemplooien stroomt waardoor de stemplooien naar elkaar toe gezogen worden en sluiten (Bernoully, 18de eeuw). Wanneer de stemplooien dicht zijn, ontstaat er ademdruk onder de stemplooien. Door de ademdruk ploffen de stemplooien open en zal er adem doorheen stromen die de stemplooien weer naar elkaar toe zuigen. Om te vibreren hebben de stemplooien dus ademstroom en ademdruk nodig.

Oefening 2

Zing de klinker A, op een lage toon, waarbij je abrupt begint. Houd de klank helder na de aanzet.

Oefening 3

Zing de klinker A op een lage toon waarbij je met lucht begint. Houd de klank geaspireerd na de aanzet.

In de tweede oefening klinkt je stem luider en in de derde veel zachter. Bij de tweede oefening is er meer ademdruk en bij de derde is er minder ademdruk. Hoe luider je klank, hoe hoger je ademdruk. Dit voel je aan je buik en flanken die steviger worden en naar buiten gaan. Hoe zachter en geaspireerder je klank, hoe groter de ademstroom. Dit merk je doordat je buik en je flanken snel naar binnen gaan.

Buik & flanken

De buik en de flanken werken samen voor de hoeveelheid ademstroom en ademdruk. Bij veel ademstroom bewegen zowel de buikspieren als de flanken flink naar binnen toe. Bij een grote ademdruk is er juist weerstand naar buiten voelbaar in je flanken en buik. Bij weinig ademstroom gaan je buik en flanken langzaam naar binnen en bij veel ademstroom sneller. Bij de meeste mensen is er een voorkeur om met de buik de hoeveelheid ademstroom te ondersteunen.

Bij een hogere ademdruk worden je flanken steviger en je buik boller. Wanneer je de toon aanhoudt, zullen de buik en de flanken langzaam naar binnen gaan. Als je een luide klank wilt ondersteunen, kun je het beste de flanken wijd houden om de ademdruk stabiel te houden zodat de buik de ademstroom kan ondersteunen.

In de cursus leren we je precies hoe dit werkt, hoe je dit leert ervaren in je flanken en buik en hoe je dit toepast in de verschillende stemkarakters waarin je zingt. Zingen wordt veel simpeler, leuker en beter wanneer je weet hoe ademstroom en ademdruk samen werken.

Bekijk ons cursusaanbod